“Eten jullie thuis normaal?”, vroeg de honingzuster

Op een zonnige winterdag loop ik met mijn jongste zoon, Meïr, riching Tipat Chalav. Tipat Chalav, letterlijk ‘een druppel melk’, is de Israëlische equivalent van het consultatiebureau. Ik heb dan nooit kinderen naar een Nederlands consultatiebureau gebracht, toch kan ik u verzekeren dat Tipat Chalav in alles de mediterrane versie van het u bekende is.


Dit is overigens de derde keer dat ik richting Tipat Chalav loop, de voorgaande twee afspraken kwamen om uiteenlopende redenen niet tot stand. Bij mijn eerste poging stond ik al voor de deur, toen ik een slordige krabbel las waarop stond: “sorry voor het ongemak, we zijn er even niet”. Na enig nabellen, vertelde iemand me dat er een verbouwing gaande was. De stilte en de dichte deur leken daar niet echt op te wijzen, maar afijn.


Na de tweede mislukte poging (“de zuster heeft er al een lange dag op zitten, ze heeft vrij genomen”), ben ik vandaag dan wel aan de beurt. Het smoezelige gebouwtje ziet er bepaald niet verbouwd uit en dezelfde zeer gedateerde opvoeding posters hangen nog altijd aan de muur. Onze vaste zuster is er niet, maar zuster Dabash kan helpen. Op haar uniform staat op borstshoogte de Hebreeuwse transliteratie van haar Arabische naam: ‘achot dvash’, letterlijk ‘zuster honing’.


De honingzuster heeft een nieuw bureau. Zou dat de verbouwing zijn geweest? Ze kijkt van mij, naar Meïr en dan naar haar computer. Een mondkapje zit aan haar hoofddoekje geprikt met een speldje. Vanachter het beschermingsmiddel is een brede lach te zien: “chabibti, hoe gaat het met je?” Ze onderzoekt Meïr en al doende krijg ik één en dezelfde super tip voor een hele lijst problemen: olijfolie in de voeding bij obstipatie, olijfolie in je oor bij oorontsteking, olijfolie als moisturizer, olijfolie voor opgelopen striae na de zwangerschap, olijfolie voor meubelonderhoud en meer.


“Eten jullie thuis normaal?”, vraagt Dabash vervolgens. Ik weet dat de onderliggende vraag is of ik wellicht zo’n gekke planteneter ben, maar toch kijk ik haar vragend aan. “Vlees, chabibti, eet je vlees?!” vraagt ze me met wapperende handen. Niet veel later heb ik een weekprogramma aan maaltijdtips voor me liggen, met passende variaties voor Meïr. De babyversie is niet ingewikkeld. Eigenlijk geldt hetzelfde programma, maar dan “een tikkeltje gepureerd en met een vleugje Baharat”, of “lekker geprakt met een dotje suiker”, aldus Dabash. De honingzuster is bepaald niet bang voor een beetje zoet. Dat blijkt niet alleen uit haar tips, maar ook uit het kopje thee dat ze voor zichzelf maakt. Natuurlijk mag een scheutje olijfolie, de alleskunner, ook niet ontbreken in het menu.


Een ervaring en een vaccinatie rijker, lopen we terug. Thuisgekomen rooster ik een lekkere zoete aardappel, ‘batata’ heet dat hier, in, hoe kan het ook anders, een laagje olijfolie. Goed geprakt en met een vleugje baharat werkt Meïr het hele zaakje in no-time naar binnen. “Hakuna batata” grappen mijn oudste twee, refererend aan de Disney klassieker De Leeuwenkoning. We lachen om deze woordspeling, die de lading van mijn enerverende expeditie in het fascinerende Jeruzalemse landschap aardig dekt. Safari is er niets bij, hakuna batata! Eetsmakelijk!