Heilig de Shabbat!

Vergeet de Islamitische Staat, Corona en Black Lives Matter. In Israël zijn de gemoederen pas echt opgelopen in reactie op een groots opgezette ‘Heilig-de-Shabbat-campagne’. Net voor het Israëlische achtuurjournaal komt er een jongentje in beeld. Hij zit in een donkere kamer vlijtig de toetsen van het toetsenbord af te pulleken. Hij kijkt guitig in de camera en zegt: “wat ik het leukste vind aan de Shabbat bij ons thuis, is dat mijn ouders achter de TV zitten en niemand me lastig valt”. Een meisje met een lange vlecht overgiet haar cornflakes overvloedig met melk. “Niets is zo lekker als de Shabbatmaaltijd bij ons thuis!”. Haar broertje heeft een lege kom voor zich en schreeuwt het uit: “Mama, ze heeft alle cornflakes opgegeten en niets voor me overgelaten!” Een gezinnetje zit op de bank. Iedereen kijkt naar zijn telefoon behalve een jochie die cynisch zegt: “Het beste van Shabbat is dat we met zijn allen bij elkaar zijn.” Tenslotte komt een vredige familie in beeld. Ze staan om een rijkelijk gedekte tafel en spreken de traditionele zegen over brood en wijn. Vader en zoon dragen een keppeltje en iedereen lacht. “Welke Shabbat wilt u dat uw kinderen zich herinneren?”, vraagt een stem. “Heilig de Shabbat, cultuur van Israël!”

Televisiereclames, Facebook pagina’s, banners en billboards worden door het hele land verspreid. Ruim een miljoen euro is geinvesteerd in deze ‘Heilig-de-Shabbat-campagne’. Na enig onderzoek blijkt dat het geld voor deze campagne uit de zakken komt van - let wel - seculiere Israëlische zakenmannen. Dit kan alleen in Israël, schiet door me heen. Ik probeer me voor te stellen hoe er op Nederland 1 rond achten een door het Nederlandse bedrijfsleven gefinancierde oproep tot zondagsheiliging langs komt met een breed lachende familie die hand in hand in een kerkbank zitten en dat een bekende Nederlander dan zegt: “Zondagsheiliging, Nederlandse cultuur!”. Of dat men op Utrecht Centraal, in plaats van het oude vertrektijdenbord een groot billboard zou hangen met: ‘Zaterdag kroeg, zondag kerk.’

Religieuze uitingen mogen dan in het publieke leven in Israël heel alledaags zijn, een dergelijke campagne die een geldwaarde van een miljoen euro vertegenwoordigt, religieus van aard is en gebruik maakt van alle moderne media die tot op heden slechts tot de activa van het seculiere etablissement behoorden, doet een bom van verontwaardiging ontploffen. Joodse seculieren, moslims, homoseksuelen, christenen en vele algemeen anti-betutteling georiënteerde Israëli's laten hun kritiek wekenlang horen. De campagne mag dan - terecht - reden geven tot kritiek, gezegd moet worden dat Israël met deze campagne de vinger op de zere plek van de huidige westerse cultuur heeft gelegd: het individualisme verwijdert ons van het familieleven en het secularisme heeft de tendens eeuwenoude beschermende tradities weg te nemen. Het feit dat nu juist seculiere Israëli's de campagne in gang gezet hebben zegt het eigenlijk al: wat is er tegen het verdedigen van bepaalde maatschappelijke waarden, ookal zijn ze religieus gestoeld?

Alle stof daalt langzaam neer. De dagelijkse problemen in Israël nemen de overhand: de cassiere gaat even naar de wc midden tijdens het scannen van de boodschappen, het claxon doet het niet - dat is in Israël een grotere handicap in het verkeer dan een lekke band - en de humus is in prijs verhoogd. Iedereen toetert en foetert zich de week door en op Shabbatavond komt de familie bij elkaar, want samenzijn is waardevol, en gratis, en… waarom niet?

Dit is een herziene versie van een column gepubliceerd voor www.cip.nl